Onderzoekers van de Princeton University in de Verenigde Staten en de Uppsala University in Zweden rapporteerden dat nieuwe soorten zich binnen twee generaties evolueerden. Men dacht dat dit proces veel langer duurde doordat het kruisen van een inheemse Darwinvink, de middelste grondvink, met een geƫmigreerde cactusgrondvink, de EspaƱola grondvink, langer duurde.